Het examenprogramma voor het
Zwemvaardigheidsdiploma springen is onderverdeeld in drie stickers.
5.7.1.STICKER 1
Van de bassinrand of een
startblok
a. - koprol voorover
-
hurksprong door een door de kandidaat zelf te hanteren hoepel.
Van de plank
b. De rechtstandige sprong
voorwaarts gestrekt, uit stand.
c. De zweefsprong voorover,
gehurkt, uit stand of met aanloop.
d. De rechtstandige
sprong voorwaarts, gestrekt uit stand, met een halve draai om de lengte-as
(schroef).
Van de bassinrand of een
startblok
a. De rechtstandige sprong
voorwaarts gestrekt, uit stand, met een hele draai om de lengte-as
(schroef).
Van de plank
b. De rechtstandige sprong
voorwaarts gestrekt, met aanloop.
c. De zweefsprong, voorover,
gehoekt met aanloop.
d. De rechtstandige
sprong voorwaarts gestrekt, met aanloop, met een halve draai om de
lengte-as (schroef).
e. Salto (1/1) voorover
gehurkt, uit stand of met aanloop.
5.7.3. STICKER 3
Van de plank
a. De rechtstandige sprong voorwaarts,
met aanloop, waarbij op het hoogste punt van de vlucht van de sprong
een spreid-hoek wordt gemaakt.
b. Naar keuze van de kandidaat:
- De rechtstandige sprong
voorwaarts, met aanloop, waarbij op het hoogste punt van de vlucht
van de sprong wordt gehoekt.
- De rechtstandige sprong
voorwaarts, met aanloop, waarbij op het hoogste punt van de vlucht
van de sprong wordt gehurkt.
c. De zweefsprong voorover,
gestrekt, gehoekt of gehurkt, met aanloop.
d. De rechtstandige sprong voorwaarts
gestrekt, met aanloop, met een hele draai om de lengte-as (schroef).
e. Naar keuze van de kandidaat:
- De salto (1/1) voorover
gehurkt, met aanloop.
- De salto (1½) voorover
gehurkt, met aanloop